4.2 Gezondheid en zorg in krimpregio’s

Inleiding

In maart 2020 luidde Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), de noodklok over de gezondheidszorg in krimpregio’s. Hij maakt zich zorgen over het verdwijnen van zorgvoorzieningen en het gebrek aan zorgpersoneel en mantelzorgers. Vooral de ouderen in deze regio’s zijn kwetsbaar, zegt Putters.1 Wat is er precies aan de hand in deze regio’s? In dit hoofdstuk bespreken we de relatie tussen krimp, gezondheid en zorg en lichten een aantal van de prangende vraagstukken die spelen in krimpgebieden uit. We kijken daarbij zowel naar de vraag naar zorg als naar het aanbod, waar bijvoorbeeld tekorten aan zorgpersoneel en de afstand tot zorgvoorzieningen nadrukkelijke vraagstukken zijn. Daarom ontstaan in krimpgebieden vaak andere zorgoplossingen, zoals andere woonvormen of zorg op afstand. Door het land wordt geëxperimenteerd met aanpakken gericht op het leveren van adequate zorg in krimpregio’s. Een selectie hiervan wordt in het volgende hoofdstuk gepresenteerd.

Probleemanalyse

De vraagzijde: gezondheid in krimpregio’s

Inwoners van krimpregio’s ervaren gemiddeld gezien een minder gezond leven dan inwoners van andere Nederlandse regio’s. Ongeveer 24% van de mensen in krimpgebieden voelt zich minder gezond, tegenover 19% elders in Nederland. Dit gegeven kan niet los worden gezien van het proces van ‘selectieve migratie’. De mensen die verhuizen uit krimpregio’s zijn generiek gezien gezonder dan de mensen die niet verhuizen, waardoor een bevolking achterblijft die minder gezond is. Hierbij moet worden opgemerkt dat er geen verschil is in gezondheid tussen inwoners van verschillende Nederlandse regio’s wanneer de gegevens gecorrigeerd worden op kenmerken als inkomen, opleidingsniveau en leeftijd. De regionale verschillen in gezondheid zijn dus te verklaren op basis van de demografische en sociaaleconomische kenmerken van regio’s.

Onderzoek van het RIVM wijst op de correlatie tussen inkomen, opleidingsniveau en gezondheid. Mensen met een lage sociaaleconomische status (SES) hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid als gevolg van ongezondere eetpatronen, te weinig beweging en roken. “Mensen met schulden of sociale problemen hebben wel wat anders aan hun hoofd dan gezond eten” aldus hoogleraar sociale epidemiologie Frank van Lenthe in de Volkskrant. Ook de vergrijzing (zie hoofdstuk 3) heeft invloed op de zorgvraag. Onder een relatief sterk vergrijzende bevolking komen bepaalde gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten, dementie en gehoor- en zichtproblemen, vaker voor.

Bovendien heeft de trend dat men zo lang mogelijk thuis blijft wonen impact op krimpregio’s. Als gevolg hiervan neemt de behoefte aan zorggeschikte woningen toe, waarmee de vraagstukken op het gebied van gezondheidszorg en woningmarkt met elkaar verweven raken. Het voorzien in voldoende geschikte woningen die ouderen in staat stellen om zelfstandig te blijven wonen is in veel krimpregio’s een prangend vraagstuk. Daarnaast leidt de trend van langer zelfstandig thuis wonen in combinatie met het groeiende aantal eenpersoonshuishoudens leiden tot een toename van het aantal alleen wonende ouderen. Zij zijn afhankelijker van zorgverleners of mantelzorgers. Mensen met gezondheidsproblemen zijn hierdoor kwetsbaarder en afhankelijker van het zorgaanbod in de buurt. Voor de bevolking die slecht ter been is, is het van belang dat de zorgvoorzieningen nabij zijn of dat er alternatieve vormen van zorgaanbod zijn.

De aanbodzijde van de zorg

De hoofdrolspelers van de aanbodzijde van de zorg zijn gemeenten, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en woningcorporaties. Beschikbaarheid van zorgpersoneel is voor krimpregio’s een terugkerend vraagstuk. Dit hangt samen met de krimpende beroepsbevolking (link invoegen naar hoofdstuk 3), de bredere arbeidsmarktvraagstukken in krimpregio’s en de relatief hoge zorgvraag. Door de trek van hoogopgeleiden naar stedelijke gebieden, ondervinden zorgaanbieders in krimpregio’s bovendien vaak in het bijzonder problemen met het vinden van hoogopgeleid zorgpersoneel.

Als gevolg van de decentralisaties in het sociale domein in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. De inzet van gemeenten is erop gericht de zelfredzaamheid van inwoners te ondersteunen en te stimuleren dat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De decentralisatie was in feite tegelijkertijd een bezuinigingsoperatie. Het totale budget voor het sociale domein nam aanzienlijk af. Vooral voor gemeenten met veel zorgbehoevenden is het financiële plaatje van het sociale domein een ingewikkelde. Ook de druk op de informele zorgverleners en mantelzorgers neemt toe. Mantelzorg speelt een belangrijke rol in de zorgverlening in krimpgebieden. Burgers ondersteunen elkaar in zorg, vervoer of het doen van boodschappen of het huishouden. Het sociaal netwerk van de zorgbehoevenden zelf zal van steeds groter belang zijn voor hun zorgverlening. Dat is in krimpgebieden extra problematisch, omdat er hier minder mantelzorgers beschikbaar zijn. Zo zijn er in de Randstad gemiddeld vier mantelzorgers per persoon en in de krimpgebieden maar 2,5. Dat heeft wederom te maken met het vertrek van jongeren uit de regio’s.

Tot slot is de bereikbaarheid van de zorgvoorzieningen in veel krimpgebieden een vraagstuk. Schaalvergrotingen en clustering van het aanbod van zorgvoorzieningen (gezondheidscentra, ziekenhuizen en groepspraktijken) brengt vaak een verslechterde bereikbaarheid met zich mee en dat geldt des te meer in dunbevolkte gebieden. Zorgvoorzieningen kunnen lastig bereikbaar zijn voor zorgbehoevenden die weinig mobiel zijn en geen beschikking hebben over een auto. Dat geldt des te sterker op plekken waar het openbaar vervoernetwerk beperkt is. Zo is het voor ouderen vaak van belang dat de huisarts en de apotheek lopend bereikbaar zijn. Uit onderstaande figuur van het PBL (2018) blijkt dat de gemiddelde afstand tot basisvoorzieningen (huisarts, supermarkt en onderwijs) in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland relatief groter is dan in overige gebieden. Dit heeft ook te maken met de lagere verstedelijkingsgraad in deze provincies.

afstand-tot-basisvoorzieningen-pbl
Provincies waar bevolkingskrimpregio’s zich bevinden hebben gemiddeld een langere afstand tot voorzieningen. Bron: PBL

De gezondheidszorg kan ook profiteren van de krimpgebieden

De bevolking in krimpgebieden maakt veel al gebruik van nabije steden voor bijvoorbeeld het bezoeken van de streekziekenhuizen. Andersom liggen er nog kansen. De bevolking in de niet-krimpregio’s kan meer gebruik make van het ‘therapeutische landschap’. Zo kunnen stedelingen gestimuleerd worden tot een verblijf in het buitengebied voor bijvoorbeeld revalidatie en ontstressen. Prof. Dr. Gert-Jan Hospers vraagt zich dan ook af waarom stedelijke ziekenhuizen niet veel meer samen werken met hotels op het platteland.

Bron: Land in samenhang: Krimp en regionale kansengelijkheid, 2019. p. 63

Tot slot

Duidelijk is dat de bevolking in krimpregio’s een relatief grote zorgvraag heeft, die bovendien om andere accenten vraagt dan de zorgvraag in de rest van Nederland. De vraagstukken op het gebied van zorg en gezondheid zijn verweven met de woningmarkt, bereikbaarheid en arbeidsmarktvraagstukken. Landelijke trends en politieke keuzes zoals langer thuis wonen en bezuinigingen in de zorg komen, juist vanwege de demografische veranderingen, in krimpregio’s harder aan dan elders. Inspanningen van lokale en regionale partijen zijn erop gericht met beschikbare middelen passende en bereikbare zorg aan te bieden. In het volgende hoofdstuk laten we praktijkvoorbeelden uit de krimpregio’s zien, waarbij we de nadruk leggen op aanpakken die zich richten op het vinden van voldoende geschikt personeel voor de zorg en de bereikbaarheid van de voorzieningen.

Mantelzorg